Nabestaanden onthullen herdenkingspanelen

DAMWALD

De jongste nabestaande van één van de overledenen bij de crash van de Stirling R9263 op 1 mei 1943 bij De Boarken in Damwâld, mocht op Bevrijdingsdag een herdenkingspaneel onthullen, dat geplaatst is aan de Koarndyk, vlakbij De Boarken. Na de onthulling lazen een aantal leerlingen van CBS De Fontein in Damwâld een tekst van Douwe Kootstra voor. Ook in Dokkum, aan de Pier Prinslaan, werd een informatiepaneel onthuld. Speciaal voor de onthulling van de panelen en ter herdenking van de neergestorte Stirling bommenwerpers en diens bemanning kwamen ruim veertig nabestaanden naar Friesland. Ook waren er vertegenwoordigers van de ambassades van Canada en het Verenigd Koninkrijk aanwezig bij de plechtigheid.

De komst van de informatiepanelen over de crashes ten tijde van de Tweede Wereldoorlog zijn een initiatief van de werkgroep ‘Se foelen foar ús’ en de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF). De SMAMF heeft de geschiedenis van de beide vliegtuigen uitgezocht via onderzoek bij onder andere de Royal Air Force, en heeft contact gelegd met de betreffende nabestaanden.

De nabestaanden en andere betrokkenen maakten zaterdag per bus een reis langs de belangrijke plaatsen. Zo bezochten ze onder andere de graven van hun voorouders. De mensen die tijdens de crashes in Dokkum en Damwâld om het leven waren gekomen werden begraven op de kerkhoven van Akkerwoude en Murmerwoude. Bij het gemeentehuis van Damwâld was er een plechtigheid waarbij kransen werden gelegd door het gemeentebestuur, de familie van de omgekomen bemanningsleden en door vertegenwoordigers van de ambassade. Hier werd tevens een presentatie gehouden over de beide verongelukte vliegtuigen.

Stirling R9263 bommenwerper

Op 1 mei 1943 steeg de Stirling R9263 op vanaf het Engelse vliegveld Oakington, samen met 7 andere Stirlings en 4 Halifaxes. Deze vliegtuigen vlogen richting het Duitse Bocholt, waar belangrijke textielfabrieken waren gevestigd. Deze kleinschalige luchtaanvawas vooral bedoeld om te oefenen met het gebruik van H2S, een nieuw type radar waarmee gronddoelen kunnen worden geïdentificeerd. De operatie werd geen succes. Vijf van de twaalf vliegtuigen moesten wegens technische problemen eerder terugkeren. Onder die vijf vliegtuigen was ook de Stirling R9263. Deze werd boven Noord-Nederland onderschept door een nachtjager van het Duitse Nachtjagdgeschwader 1. Twee motoren van de Stirling werden geraakt en kwamen in brand te staanra. Drie bemanningsleden raakten dodelijk gewond.

In Akkerwoude zagen inwoners het brandende vliegtuig overkomen, vlak voor het insloeg in een weiland achter de Koarndyk. Dit werd gevolgd door een explosie, veroorzaakt door ontploffende bommen. Van het toestel was niets meer over. Zes van de zeven bemanningsleden overleefden de crash niet. Twee dagen later werden zij begraven op het kerkhof van Akkerwoude. Onder de doden waren twee Canadese joden, Louis Nutik en Harold Sobel. In Friesland zijn er drie officiële joodse oorlogsgraven. Twee daarvan zijn van deze bemanningsleden.

Het enige bemanningslid dat de crash wist te overleven landde per parachute bij Rinsumageast. Flight-Sergeant Frederick Albert Painter was dusdanig gewond dat hij medische verzorging nodig had en niet kon onderduiken. Bij de politiepost in Murmerwoude wowerdrdt hij door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Hij verbleef tot eind oktober 1943 in Duitse militaire ziekenhuizen. De rest van de oorlog bracht hij onder slechte omstandigheden in krijgsgevangenkampen door.