Nordwin College ging naar Auschwitz en Tsjechië

‘Dit mei nea mear barre’ zegt Walter Jobst. Hij is een van de 25 (oud)-leerlingen van het Nordwin College die meedoen aan de studiereis naar Polen en Tsjechië. Zojuist heeft hij samen met hen Auschwitz bezocht. De ontzetting staat nog op zijn gezicht geschreven; ‘Dit mei wier nea mear barre’. Verslag van een bijzonder verblijf.

Buitenpost, 20 november, half vijf ’s ochtends. Met slaperige koppen zoeken de dames en heren een goeie plek in de bus, de gangmakers zo blijkt later, helemaal achterin. Als iedereen zit, start de chauffeur zijn touringcar en zet via stops in Drachten en Heerenveen waar reisdeelnemers van een andere Nordwin-vestiging in zullen stappen, koers naar Eindhoven. Van daaruit zal een vliegtuig van Wizz Air het gezelschap over enkele uren naar Katowice in Polen vliegen. Reisleider Ger Wiersma die samen met zijn docentencollega’s Auke Graafstra, Maurice van Leeuwen, Dorien Aarts en de schoolmaatschappelijke stagiaires Monique Koobs en Henk-Jan Sikma het gezelschap begeleidt, heet iedereen welkom. Hij heeft er zin in. Met recht. Maanden aan voorbereiding hebben geresulteerd in een programma dat er wezen mag. Behalve Auschwitz staan bezoeken aan twee boerenbedrijven, een tractorfabriek, een vrachtwagenfabriek, bezoek aan Praag en een brouwerij op de rol.

Op klompen

‘Een van de speerpunten van ons schoolbeleid,’ stelde hij eerder, ‘is internationalisering. Onze leerlingen komen normaal gesproken niet veel verder dan de provincie- of landsgrens. Daarom willen we ieder van hen de kans geven om minstens een keer naar het buitenland te gaan. We begonnen zo’n acht jaar geleden met het aanbieden van dit soort reisjes. Inmiddels zijn we al op veel plekken geweest, waaronder Roemenië en Finland. Onderwijs is wat ons betreft veel méér dan enkel boeken. De bedoeling is leerlingen te laten leren door te beleven en te ervaren. En het slaat aan. Een van de oud-leerlingen gaat nu al voor de achtste keer mee.’

Illustratief voor wat Ger me vertelde is Klaas. Ik hoor hem, sjekkie in zijn mond, achter me aan sjokken als we, eenmaal in Eindhoven, van de bus naar het luchthavengebouw lopen. Hij draagt klompen met het provinciewapen. Zo heeft hij, zal hij me later zeggen, Friesland altijd bij zich. Ook in het buitenland, dat hij over een paar uur voor het eerst zal zien. Ik draai me naar hem om en vraag hem of hij opziet tegen de vlucht. ‘Neuh,’ is zijn korte antwoord. ‘Ik vind het wel mooi.’

Verpletterend respect

Na een rustige vlucht landt het vliegtuig om half twaalf in Katowice. In de voorbereiding hebben Ger en zijn team behalve hotels en bezienswaardigheden ook de transfers van het ene naar het andere punt geregeld. Vier busjes zullen ons reisgezelschap de komende dagen zo’n 1200 kilometer van adres naar adres voeren.

Allereerst is dat Auschwitz waar we om iets over tweeën arriveren. De aankomst is onwerkelijk. Tegenover de entree van het concentratiekamp ligt een immense pizzeria waar we de busjes parkeren.

Eenmaal binnen in de ontvangsthal van het kamp heerst de opgewonden stemming die je ook bij de Efteling treft. Er zijn zelfs snacks te koop. Dat gevoel verdwijnt als we het eigenlijke kamp binnengaan. Arbeit macht frei lezen we in gietijzeren schrift boven de poort. Vanaf dat moment kun je in de groep twee uur lang een speld horen vallen. Zo lang duurt de rondleiding. Mochten we denken dat er een onverschillige generatie opgroeit van schermverslaafde wezens die denken dat melk uit de supermarkt komt en er geen flauw idee van hebben wie Hitler was; think twice. Het respect dat deze groep de geschiedenis betuigt is verpletterend. Het bezoek aan een gaskamer blijkt een van de leerlingen te veel. Op dat moment blijkt de waarde van het schoolmaatschappelijk werk, Stipe genaamd. Monique ontfermt zich over de jongen en zal gedurende het bezoek aan het kamp niet van zijn zijde wijken. Eerder heeft ze me verteld waarom Stipe zo nodig is op het Nordwin College: ‘Er zijn nogal wat leerlingen met problemen thuis. Bovendien zijn er leerlingen die moeite hebben met leren en plannen. Wij als schoolmaatschappelijk werkers zorgen in die gevallen voor extra ondersteuning van het onderwijzend personeel. We zien best veel leerlingen met stress. Ze willen wel, maar het lukt allemaal niet zo. Sommigen vinden het ook heel lastig om te beslissen wat ze later willen doen. Alles is mogelijk. Er is misschien wel teveel te kiezen.’ Na een bezoek aan Auschwitz-Birkenau, het vernietigingskamp dat een paar kilometer verderop ligt, is het tot aan het hotel waar we zullen overnachten, stil in de busjes. De besneeuwde rit voert ons naar Tsjechië en duur zeker anderhalf uur.

Kijk daar eens

Het ontbijt in Welness Pension Kromeriz, de ochtend erop, is overvloedig. Met volle magen rijden we naar Brno. Daar staat een bezoek aan de Zetor Tractorfabriek op de rol. In twee groepen worden we rondgeleid, de eerste door het museum, de tweede door de productiehal. Na drie kwartier wordt gewisseld. Auke heeft het bezoek geregeld, zoals hij, dankzij zijn uitgebreide netwerk, het leeuwendeel van de bezoeken heeft geregeld.

‘We hebben je toch verteld dat onze leerlingen vooral leren door te beleven en te ervaren, nietwaar?’ Ik knik. ‘Moet je daar eens kijken…’ Terwijl onze rondleidster de lof zingt over Zetor, zie ik dat er een aantal leerlingen enkel oog heeft voor de tentoongestelde techniek. Koppelingen worden getest, een motorkap gaat open, een stuurwiel wordt vastgepakt. ‘Onze leerlingen geloven dat verhaal wel. Maar ze hebben wel oog voor techniek, willen zien wat zo’n ding kan. En ze zijn niet heel snel onder de indruk hoor.’ Van dat laatste krijg ik een voorbeeld als ik Jakob (Jappie voor vrienden) na afloop vraag wat hij van de trekkers vond. ‘Achterhaalde techniek,’ hoor ik hem brommen. ‘Op ons bedrijf rijden we met zescilinders die veel meer pk hebben.’

Kennis van zaken

Na onderweg een Big Mac te hebben gescoord, bezoeken we ’s middags een Tsjechisch melkveebedrijf in the middle of nowhere. Er lopen, liggen en loeien een kleine zevenhonderdvijftig melkkoeien. Tijdens de toer, die via het Tsjechisch en Engels in het Nederlands vertaald wordt door Dorien, hebben de leerlingen van de mbo-richting Melkveehouderij oren op steeltjes. Voor de eerste keer worden er echt vragen gesteld en blijken de meesten te praten met kennis van zaken. Het gaat over melkprijzen, fosfaatrechten en kosten. Een leerling wil weten of de koeien ook het land op gaan.

Bouwe Hoekstra van Hoekstra Flowers cv Loonbedrijf die de trip naar Polen en Tsjechië meemaakt vanuit het bedrijfsleven, neemt het allemaal geamuseerd op. Zijn onderneming plaatst sinds jaar en dag stagiaires van het Nordwin College. Om die reden kan hij elk jaar een uitnodiging voor de reis tegemoetzien. En Hoekstra gaat graag mee omdat hij, naar eigen zeggen, overal wel wat op kan pikken waarmee hij in eigen firma zijn voordeel kan doen. De man is gepokt en gemazeld door het vak; voor veel oud-leerlingen is hij een mentor. Begrijpen ze iets niet helemaal, dan schiet hij te hulp. En als hij het niet doet, dan doet Keimpe Veenstra dat wel. Ook hij neemt als mede-eigenaar van loonbedrijf Oudwoude dat stagiaires plaatst, deel aan de reis. De dag wordt afgesloten met een trip naar Praag. In de feeërieke hoofdstad eten we met zijn allen in het Hard Rock-café. De nacht brengen we door in een hostel.

Persoonlijkheden

Zoals elke grote groep, heeft ook deze zijn eigen persoonlijkheden. Jappie en Walter zijn de gangmakers, Klaas op de klompen de onverzettelijke en Corrie de stille genieter. Wouter vindt, desgevraagd, het hele programma interessant terwijl Alex het liefst alles van commentaar voorziet. Het overgrote deel van de groep laat het zich allemaal prettig aanleunen.

Eise is een verhaal apart. In loze momenten is zijn telefoon zijn beste kameraad. Maar als je hem vraagt naar zijn interesses schakelt hij het ding uit en vertelt je honderduit over zijn droom: boeren op de manier van vroeger, kleinschalig en het liefst met materieel uit de vijftiger of zestiger jaren. Hij laat me een foto zien van een oud Fiat-trekkertje, oranje en perfect onderhouden. Iets groters en krachtigers heb je voor de manier van werken die hem voor ogen staat niet nodig. Daarnaast weet hij alles van klassieke auto’s. Dankzij Eise weet ik nu dat bumper en grille van een Cadillac uit 1952 uit meer dan 150 onderdelen bestaan.

‘We hebben dit jaar een vrij rustige groep,’ zegt Dorien. ‘Doorgaans is de dynamiek wat heftiger. Dat kan heel gezellig zijn, maar de stemming kan zomaar omslaan en dan moeten we soms alle zeilen bijzetten. Stipe gaat overigens niet mee om die brandjes te blussen, hoor. Vergeet niet dat dat stagiaires zijn. De verantwoordelijkheid voor de groep ligt bij ons leraren.’

Dag drie begint met een bezoek aan het bedrijf van Jan Bruinsma. Deze energieke Fries nam ruim twintig jaar geleden een staatsboerderij met 3300 hectare grond over en maakte daarvan met ongeveer 90 man personeel een bloeiend bedrijf. Hij voert ons langs zijn koeien, zijn vergistingsinstallatie, en zijn dealerschap van Kubota traktoren.

‘Is het moeilijk voor u om aan personeel te komen?’ vraagt Sjoerd Bijlsma als Bruinsma ons door een van zijn vele stallen leidt. ‘Nee,’ antwoordt hij met pretlichten in zijn ogen. ‘Zo lang je je medewerkers ziet als mensen die je iets op kunnen leveren. Behandel je ze als kostenpost dan zullen ze gaan lopen. In principe geef ik iedereen een kans. Maar misbruiken ze mijn vertrouwen dan krijgen ze een schop. Ben je waardeloos, dan blijf je waardeloos en is daar het gat ven de deur. Dus, jongens en meisjes, doe je best, dan kom je er wel.’

’s Werelds grootste bierdrinkers

Ruim twee uur later - het donkert overigens vroeg in Tsjechië – parkeren we de busjes voor de brouwerij van Cerna Hora. De hoogblonde pr-dame loodst ons in noodtempo langs de gistkuipen, de lagervaten en de bottelarij. Ondertussen leren we dat de Tsjechen de Duitsers dit jaar hebben onttroond als grootste bierdrinkers ter wereld, ruim 140 liter per hoofd per jaar consumeren. Op de vraag van Kevin waar al het bier van Cerna Hora naartoe gaat krijgt hij te horen dat vrijwel de gehele productie door Tsjechische kelen vloeit. Aansluitend wordt in het winkeltje van de brouwerij een kratje bier aangeschaft waarvan de inhoud later op de avond door iedereen boven de achttien wordt geproefd. Leren door beleven en ervaren indeed…

Op de laatste dag bezoeken we met zijn allen de Tatra-fabrieken in Koprivnice. De vrachtwagens die door hun unieke assenconstructie vooral op ruig terrein hun mannetje staan, worden vervaardigd in hallen die nog in alles het Oostblok ademen. De gidsen tonen enkel de assemblagehal. Het is er voor velen te rumoerig om hun verhaal te kunnen volgen. Maar ook hier geldt wat gold voor alle andere adressen die we tot dusver hebben bezocht: de leerlingen en oud-leerlingen halen wat ze nodig hebben aan kennis wel uit wat ze kunnen zien en aanraken. Dat het bedrijf jaren geleden staatseigendom was, en meerdere malen op de rand van een faillissement heeft gebalanceerd, zal ze over het algemeen worst zijn. Hoe het eindproduct in elkaar steekt en tot welke prestaties uiteindelijk in staat, is wat ze willen weten. En die andere informatie kun je ook van internet halen nietwaar? Na afloop overigens. Want evenals bij Zetor is het ook bij Tatra strikt verboden om de activiteiten op de werkvloer te fotograferen.

Nader tot elkaar

‘Wanneer,’ zo vroeg ik de begeleiding vooraf, ‘is het programma wat jullie betreft geslaagd?’ Henk-Jan Sikma, stagiaire bij Stipe, formuleerde het kernachtig: ‘Als ze iets hebben geleerd en plezier hebben gehad.’ Dorien Aarts voegde daar nog een saillant detail aan toe: ‘Er gaan mensen mee die elkaar nooit spreken omdat ze binnen Nordwin een hele andere studierichting volgen. Na zo’n reisje zie je dat ze veel meer tot elkaar gekomen zijn. De band verandert gewoon. Dat geldt overigens ook voor ons docenten en overige begeleiders.’ Kort voor we zaterdagochtend om half drie in de ochtend weer in Buitenpost arriveren heb ik Andries Sikkema, die voor de achtste keer meeging op reis, gevraagd waarom hij dat enthousiasme elke keer weer op kon brengen. Zijn antwoord is ontwapenend: ‘Zo leer je de wereld beter kennen.’ Ik zie dat Ger Wiersma die opmerking heeft meegekregen. Zijn knipoog spreekt boekdelen.