Wie weet meer over mej. A. Bolman van de Dorus Rijkers?

Op zondag 1 februari werden Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden getroffen door de Watersnoodramp. De motorreddingboot Dorus Rijkers is naar het rampgebied uitgevaren om hulp te verlenen. Aan boord waren onder meer Mees Toxopeus en diens huishoudster mej. A. Bolwijn.

Over haar wil Peter Mulder uit het Noord-Hollandse Julianadorp meer weten. Hij is bezig de historie van deze (roemruchte) reddingboot in kaart te brengen en is in het bezit van het bijgevoegde artikel over de Dorus Rijkers dat op 25 februari 1953 in de Heldersche Courant stond.

In dit artikel wordt vermeld, dat de huishoudster van de schipper Mees Toxopeus, Mej. A Bolman de reis naar het Watersnoodgebied meemaakte, evenals de echtgenote van de motordrijver R Eelman. Mej. Bolwijn kwam waarschijnlijk uit Oostmahorn, waar Toxopeus eerder woonde. Toxopeus woonde in 1953 in Irnsum. Het echtpaar Eelman woonde in Den Helder.

Beide dames zorgden voor eten en drinken gedurende de soms lange tochten die de mannen aldaar maakten.

Mej. A. Bolman, zo zegt het artikel, heeft gedurende deze reis van de Motorreddingboot Dorus Rijkers naar Zeeland een dagboek bijgehouden.

Mulder wil graag in contact komen met familieleden van Mej. A. Bolman.

Tevens is hij op zoek naar (een kopie van) genoemd ‘dagboek’. Ook krantenartikelen uit de regionale dagbladen van toen zijn zeer welkom.

Wie kan Peter Mulder helpen? Zijn gegevens:

Vogelzand 4219

1788ML Julianadorp

0223-617111

Naar het rampgebied

Op zondag 1 februari werden Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden getroffen door de Watersnoodramp. De KNZHRM (Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandse Reddingmaatschappij) besloot diezelfde avond van enkele motorreddingboten, die aan de kust konden worden gemist, naar het rampgebied te zenden.

De keus viel op de Prins Bernhard (Scheveningen) en C.A.A. Dudok de Wit (Zandvoort). Eerstgenoemde boot was, wegens nog niet gereed zijn van de waterdichte tractor, in reserve en de “Dudok de Wit” kon door afslag van de kust voorlopig toch niet naar het strand worden vervoerd.

Bovendien werd de te Harlingen gereed liggende reservereddingboot Dorus Rijkers (die eerder dienst had gedaan in Den Helder) uitgerust voor een tocht naar de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Oud-schipper Mees Toxopeus en oud-motordrijver Reyer Eelman waren direct bereid de Dorus Rijkers te bemannen.

De Dorus Rijkers is 3 februari van Harlingen naar Waalhaven gevaren. Via Hellevoetsluis en Oude Tonge kwam de boot twee dagen later aan in Zierikzee. Bij het in het donker binnenlopen van de haven kwam de Dorus Rijkers om acht uur op een strekdam te zitten. Een sleepboot heeft de Dorus Rijkers de volgende morgen om 07.00 uur vlotgetrokken, waarna de reddingboot aan zijn taak kon beginnen.

Die middag werden twee doctoren, twee burgers en provisie naar het verbindingsschip De Twee Gebroeders in Zijpe gebracht. In de dagen daarop werden proviand gebracht naar verbindingsschip de Arend bij Ouwerkerk en de logger Poolster (verbindingsschip bij Burghsluis).

9 Februari werden 13 Finse schipbreukelingen van de Bore VI van Burghsluis gehaald en naar Zierikzee gebracht, 's Avonds voer schipper Toxopeus mee met de Borndiep die de polder inging door het gat in de dijk bij Ouwerkerk om te zoeken naar een vermiste Amerikaanse DUKW en drie medische studenten.

10 Februari is de Dorus Rijkers naar Zijpe vertrokken om te zoeken naar boot met werkvolk. Deze boot zou bij Vianen zijn gestrand, doch werd niet gevonden. Tevens werden twee vlootaalmoezeniers naar Hr.Ms. Abr. v. d. Hulst gebracht, waarna werd overnacht in Zijpe.

14 Februari heeft de Dorus Rijkers een regeringsambtenaar naar de logger Poolster bij Burghsluis gebracht. Ook werd gezocht naar de marinesloep Y 804, deze werd gevonden op Roggeplaat. De sloep had op dat moment nog geen hulp nodig. De volgende dag ging het contact met de Y 804 en werd er opnieuw naar gezocht. Hij lag nog steeds op de Roggeplaat. Bij rijzen van het water de boot vlotgebracht (wegens uitputting accu's was starten van de motor niet meer mogelijk geweest) en naar Zierikzee gesleept.

16 februari. 31 evacués (w.o. 5 baby’s van 3-8 maanden en 5 ouden van dagen - leeftijd 82 tot 94 jaar) gehaald in Burghsluis en deze naar het evacuatieschip de Schelde in Zierikzee gebracht.

Op 17 februari zat de taak van de Dorus Rijkers er op. De motorreddingboot heeft in het watersnood gebied 10 diensten gedraaid en daarbij diverse bevoorradingen gedaan aan schepen werkzaam in dat gebied , tevens 49 personen in het gebied getransporteerd/geëvacueerd. Vanuit Zierikzee werd via Dordrecht//Vreeswijk//Amsterdam teruggevaren naar Harlingen, alwaar de boot op 20 februari arriveerde.

Behalve Mees Toxopeus en Reyer Eelman maakte de adjunct-inspecteur van materieel H. G. Prevoo deze tocht van de “Dorus Rijkers” naar het noodgebied mee. Zij ontvingen een speciaal getuigschrift voor de goede diensten die zij verleenden in het watersnoodgebied.

In het rapport van de fg. Commandant Maritieme Middelen te Zierikzee, de kapitein ter zee b.d. C. J. W. van Waning, wordt dank gebracht aan de Kon. N.Z.H.R.M. voor het zenden van de Dorus Rijkers met een zo ervaren schipper als Toxopeus. En wel als volgt:

“Vooral omdat zovele hier minder bekende schepen van dikwijls geringe afmetingen in deze omgeving werkten, was de aanwezigheid van een onder alle omstandigheden zeewaardige reddingboot onder ervaren leiding voor mij een geruststelling."

Voorts schreef hij: “Voortdurend ging zijn (d.i. Toxopeus) zorg uit naar de vele onervaren Zondagsredders, die hij door zijn aanwezigheid ter plaatse en advies voor veel onheil heeft behoed. Verrichtte bovendien communicatiediensten en had een belangrijk aandeel in de evacuatie van de kleinere havens op Schouwen-Duiveland."