Drogehamster NSB-arts in onthullend oorlogsboek Valse Diagnoses

DROGEHAM - ‘Valse diagnoses’. Zo heet het onthullende oorlogsboek over tien NSB-artsen, dat onlangs is verschenen en waarin ook Noord-Groningen en Droigeham zijdelings voorkomen.

Een van de artsen is Alje van Hoorn. Zijn vader was vroeger landbouwer in Stitswerd, voordat het gezin naar Woldendorp vertrok. De voorouders van Van Hoorn, de families Elema, Doornbos(ch) en Smit, komen allemaal uit Uithuizen. Een andere NSB-arts, Lubbertus Kornelis Poll uit Grijpskerk, is na de oorlog geïnterneerd geweest in kamp de Slikken in Westernieland. De andere artsen komen uit de stad Groningen, Ter Apel, Assen, Veendam, Oude Pekela en Onstwedde.

Een van de hoofdstukken in het boek, geschreven door oud-Dagblad van het Noorden-journalist Willem Molema, gaat over Van Hoorn. Deze wordt niet, zoals zijn vader, landbouwer, maar trekt in de jaren dertig weg uit Noord-Groningen om in Groningen voor arts te studeren. Tijdens zijn studententijd wordt hij lid van de NSB. Volgens hem heeft hij dat gedaan uit wraak, omdat hij zakt voor zijn examen en daarvan een Joodse professor de schuld geeft. Uiteindelijk lukt het hem wel arts te worden.

Drogeham

Een paar maanden na het begin van de Tweede Wereldoorlog trouwt hij met de dochter van een drukker uit Groningen, Aaltje Weis. Het paar vestigt zich vervolgens in Drogeham, waar Van Hoorn zich niet geliefd maakt als NSB-arts. Hij maakt tal van fouten. Een daarvan is dat hij zijn nieuwe collega’s in Friesland niet vroegtijdig inseint over zijn komst naar Drogeham. Niet verplicht, maar met zijn NSB-verleden zou het wel tactischer geweest zijn. De collega’s tonen zich dan ook niet al te vriendelijk richting Van Hoorn, die bovendien lid wordt van het Medisch Front en de Artsenkamer.

Van Hoorn gaat weer de fout in als hij een voor enkele collega’s compromitterende brief aan Lieve Marius ter Horst, leider van het Medisch Front, schrijft. Hij noemt namen van collega’s die hem minder aangenaam zouden hebben bejegend. Het zit Van Hoorn vooral dwars dat zijn praktijk nooit echt groot is geworden. En daarvoor wijst hij met een beschuldigende vinger naar collega’s. ,,Zij strooiden het praatje rond dat ik een dikke NSB-er zou zijn.’’

Fout op fout

Maar van Hoorn blijft fout op fout stapelen in de ogen van enkele Friese collega’s. Het vreemde is dat het uitgerekend een collega van hem is, De Jager uit Kollum, die hem in april 1942 aan het bijbaantje van keuringarts helpt. Met als argument dat Van Hoorn een kleine praktijk heeft en de collega’s het te druk hebben. ,,Hij heeft zich dus zelf niet aangemeld,’’ zegt zijn advocaat J.P. Hoogland naderhand. ,,Maar hij heeft ‘ja’ gezegd en dat was een grote fout.’’

Van Hoorn zegt zelf: ,,Toen ik deze baan aannam, wist ik niet dat er een politiek tintje aan zat.’’ Volgens hem heeft hij aan de keuring 2050 gulden verdiend, bijna een half jaarsalaris. Zijn vrouw, die beweert anti-Duits te zijn, vraagt haar man hoe hij het aandurft om zoveel mensen af te keuren. Dat moet toch in de gaten lopen, vermoedt ze.

Mentale druk

De mentale druk op Van Hoorn neemt daardoor toe. De Duitse arts die hem later vervangt, keurt 90 procent van de mensen goed. Van Hoorn geeft toe fouten te hebben gemaakt. De reden dat hij zich het baantje van keuringsarts van het Arbeidsbureau en later ook van de Volksdienst heeft laten aanpraten, is volgens hem vanwege financiële moeilijkheden. Het lukte hem maar moeilijk een praktijk in Drogeham op te bouwen.

Van Hoorn belandt tijdens de oorlog nog in tal van hachelijke situaties in Drogeham en omgeving. Hij wordt na de oorlog geïnterneerd en vertrekt uiteindelijk met zijn gezin via Enschede naar Zuid-Afrika.

Kaapstad

Van Hoorn overlijdt op 23 november 1978 op 65-jarige leeftijd in Constantia, een welvarende wijk van Kaapstad, 15 kilometer van het centrum. Zoon Wopke Anne werkt daar als kinderchirurg in het Netcare Christiaan Barnard-ziekenhuis en zoon Gerard is in de regio Kaapstad eigenaar van Van Hoorn Association. Zijn vrouw Atie keert in de jaren negentig terug naar Nederland. Ze hertrouwt in 1997 met de 79-jarige Jan Eelkman Roorda uit De Wijk en woont dan in Steenwijk. Maar twee jaar later, in 1999, overlijdt haar man al. Drie jaar daarna, op 17 mei 2002, overlijdt Atie bij haar kinderen in Zuid-Afrika. Ze is 82 jaar oud geworden.

Weerzinwekkend

Molema onderzocht de dossiers van de artsen, las honderden getuigenissen over keuringen van dwangarbeiders van wie sommigen in Duitsland stierven, en van Joden van wie de meesten in concentratiekampen aan hun einde kwamen. Hij deed nader onderzoek, sprak met (ex-)dorpsbewoners en overlevenden. De resultaten zijn weerzinwekkende verhalen over geld, macht, haat, verdriet, angst, klopjachten, dwalingen, onderduikers en bedriegers. Een keiharde strijd op leven en dood.

Onthullende verhalen over fraude, de invloed van de NSB, de rol van ‘De beul van Groningen’ en de dood van drie van de tien artsen tijdens de oorlog. Trieste ervaringen van getuigen over de keuringen die meestal niets voorstelden, want de artsen waren slechts medische werktuigen van de nazi’s.

Valse diagnoses | De Tweede Wereldoorlog in Noord-Nederland | Tien artsen in een wereld bevat 167 pagina’s en 100 foto’s.