Boek Ferdban van historicus Oebele Vries

De kronkelende trap omhoog naar de top van de toren van de Oldehove in Leeuwarden op de omslag van het boek Ferdban van historicus Oebele Vries staat symbool voor de relatief onbekende levens van de gewone mensen in het herfsttij van de middeleeuwen. En dan gaat het over de periode 1370-1550 toen de Friese taal nog dominant was in de Friese rechtspraak. Oudfriese oorkonden die het verhaal vertellen van de gewone mensen.

Door Rynk Bosma

Met die trap van de Oldehove beklimmen om zo een beter zicht te krijgen op het leven van de gewone mensen met de oorkonde als toegangspoort. Met de kanttekening voor zover mogelijk. Voor Vries was geografische spreiding belangrijk bij het samenstellen van het boek. Dat betekent oorkondes (verhalen) opnemen uit alle delen van Friesland. Een ander criterium was de tijd. De oudste oorkonde dateert van 1381 en de jongste heeft 1545 als jaartal. Een derde richtlijn bij de selectie van honderd oorkonden was de categorie. Van elke categorie is er een illustratief voorbeeld opgenomen. Tot slot nog het begrip oorkonde dat oorspronkelijk getuige betekent en zich heeft ontwikkeld tot getuigenissen.

De naam oorkonde wordt gebruikt voor documenten van voor het jaar 1800. Daarna is het gebruikelijk dat het woord akte wordt gebruikt. Het zijn geen wetsteksten want ze geven geen regels, maar weerspiegelen de praktijk van de regels. De titel van het boek, Ferdban, is een Oudfriese naam dat letterlijk vertaald kan worden als ‘vredeban’. Beter is het echter te spreken van een door de rechter uitgesproken ‘vredegebod’.

Veel van deze oorkonden hebben te maken met de overdracht van onroerend goed en landerijen. Een overeenkomst tussen twee partijen werd vastgelegd in een Ferdban die vooraf drie keer in de kerk en drie keer door de gerechtshoven werden aangekondigd. Dit zou familie of andere partijen in de gelegenheid moeten stellen de koop over te nemen van de koper zodat er achteraf geen sprake is van ‘eigenrichting’.

Zo’n twintig oorkondes spelen zich af in het noordoosten van Fryslân dat in de 15e ( 1400-1500) eeuw in politiek en bestuurlijk opzicht viel onder Oostergo. De andere bestuurseenheden waren Westergo en Zevenwouden. Opgedeeld in 22 delen en het is opvallend dat de namen Dantumadeel, Ferwerdadeel en Dongeradeel toen al als bestuurlijke eenheden bestonden. Daarnaast waren er de elf steden met Dokkum en Leeuwarden in een hoofdrol met betrekking tot een geschil.

De oorkonden die worden behandeld zijn veelvormig qua soort. Een koopakte, een ruilakte, een schenkingsakte, een akte van schikking en een akte van overdracht om maar een kleine greep te doen. Overgeleverde ‘live’ verslagen van gebeurtenissen waarbij vaak twee partijen bij betrokken waren, om het even modern te omschrijven. Zo wordt bijvoorbeeld het klooster Foswerd nabij Ferwert geregeld aangeklaagd door een privaat persoon met als inzet het eigendomsrecht van een perceel land.

De strijd tussen de beide steden in Oostergo, Dokkum en Leeuwarden, leidde bijna tot een oorlog, zo schrijft Vries. Een conflict dat al voor het jaar 1463 begon en lange tijd lees je alleen hoe het procedureel werd opgelost. Er werd een bestand overeengekomen die dan moest worden verlengd op basis van vertrouwen. Inzet lijkt de onrechtmatige gevangenneming van Liuwo Bolta, een ingezetene uit Dokkum. Hoofdeling Sipka Minnama en zijn manschappen zijn de ‘schuldigen’ met veel macht in de stad Leeuwarden.

De angst in Leeuwarden voor Sipka Minnama en zijn manschappen is kennelijk groter dan de angst voor Dokkum. Er wordt naarstig naar een oplossing gezocht waarbij Dokkum onder andere voorstelt de hulp van de ‘scheidslieden’ van Groningen in te schakelen. Dat wordt in Leeuwarden verworpen omdat Dokkum als stad nogal onder invloed zou staan van de stad Groningen die dan partijdig zou kunnen zijn.

Hoe het geschil na december 1463 wordt afgehandeld is niet bekend. Er is vermoedelijk vrede gesloten, hoewel genoemde Sipka Minnama en zijn manschappen nog jaren een machtsfactor van belang waren in Leeuwarden. Met de komst van de gilden en hun invloed op het stadsbestuur werd die macht pas in 1481 enigszins beteugeld.

Om niet te verdwalen in de verschillende soorten oorkondes en de diverse kijvende partijen is de inleiding van Vries onontbeerlijk. Hij schetst daarin het grotere geheel. De zo in zijn ogen terecht geroemde Friese vrijheid komt door verschillende veranderingen na 1498 onder druk te staan. Was het Oudfries voor dat jaar nog autonoom als taal van de rechtspraak, in de loop van de 16e eeuw (vanaf 1500 dus) drukt de Saksische tijd zijn stempel op de verschillende grietmannen. Steeds vaker presenteren die zich als vertegenwoordigers van de ‘genadige heer van Saksen’ en weer later van de keizerlijke majesteit uit de Habsburgse tijd.

De Hoge Raad en het Hofgerecht zijn Saksische instellingen terwijl het Hof van Friesland uit de Habsburgse tijd stamt. Het Fries verdwijnt als taal uit de vonnissen en processtukken na 1504 met de kanttekening dat er weinig is overgeleverd uit die periode. Het bestuurlijke bewind werd gecentraliseerd en het werd allemaal afgehandeld door vertegenwoordigers van dat centrale bestuur. Huwelijken, testamenten en scheidsrechterlijke uitspraken worden nog wel in het Oudfries opgesteld. Maar de druk van de Nederlandse schrijftaal neemt toe en wint het uiteindelijk.

Tot 1498 ‘liep Friesland opvallend uit de pas met zijn niet ten onrechte befaamde Friese vrijheid’, zo schrijft Vries. Vrij van graaf, bisschop of landsheer en dat betekende ook vrij van de toenemende en groeiende overheidsbemoeienis elders in Europa. Rechtspraak en bestuur berustten bij ‘gemeenten’ en die bestonden veelal uit erfelijke grondbezitters. Het dorp, het ‘deel’ na 1500 grietenij genoemd en het ‘land’ als bestuurlijke componenten met rechters die in principe elk jaar werden gekozen.

Het was Georg van Saksen die in 1504 met een forse handtekening het Fries recht afschafte. In 1515 droeg deze Georg het gezag over aan de graaf van Holland, de Habsburger Karel V die in 1516 koning van Spanje werd en in 1519 keizer van het Heilige Roomse Rijk werd. De hertog van Gelre wist nog een Friese opstand uit te lokken die tot 1523 duurde. Toen werd het pleit beslist in het voordeel van Karel V.

Vanaf 1580 kreeg de Friese vrijheid zijn moderne vorm als onderdeel van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Maar niemand repte nog over het herstel van het Fries in de rechtspraak en het bestuur. Voor wie er oog voor heeft, draagt het prachtig vormgegeven boek van Vries ook nog een actuele boodschap uit. Want het langzaam verdwijnen van de Friese taal is nog altijd erg actueel.

Het boek Ferdban. Oudfriese oorkonden en hun verhaal (Uitgeverij Noordboek) is te verkrijgen bij http://www.bornmeer.nl/producten/noordboek/