Verlangen naar oldtimer Jensen Healey

“Ooit wil ik ook zo’n auto”, dacht Jeen Jager (60) uit Buitenpost al op 6-jarige leeftijd. Hij woonde als jongetje bij de brug van Blauforlaet en zag een over de kop geslagen tweezits sportwagentje. “Ik was zo onder de indruk”. Het was het begin van zijn verlangen naar een oldtimer en naarmate hij ouder werd naar een Jensen Healey. “Het is een vrij onbekend merk. Je ziet ze maar heel weinig”, aldus de oldtimer-liefhebber.

“Jensen is echt mijn merk”, vertelt Jeen. Hij rijdt niet alleen in de auto, maar hij schrijft er ook over als redacteur van het Jensen Journaal, het clubblad van het Holland Jensen Genootschap. “Jensen is maar een klein merk en er zijn maar weinig van geproduceerd. Ik vond het daarom wel mooi om er iets over te vertellen”, zo legt de Buitenposter uit. Zijn interesse voor de Jensen Healey werd gewekt door zijn broer. “Hij had een Jensen Interceptor gezien en zo hoorde ik voor het eerst van het merk. Uiteindelijk heb ik mijn zinnen gezet op de Healey. Ik was toen 13 jaar. Ik had mijn schoolagenda’s volgeplakt met plaatjes van de auto.”

Weinig

Hij moest uiteindelijk 32 jaar wachten voordat hij zelf een Jensen Healey kon kopen. “Er zijn maar weinig van gemaakt. Je moet ze met een lampje te zoeken”, zo vertelt Jeen over zijn zoektocht naar een Jensen Healey. “Ik heb moeten sparen en ben daarna op zoek gegaan. Het heeft een paar jaren geduurd voordat ik een geschikte auto had gevonden. Bij The Gallery in Brummen zag ik uiteindelijk een exemplaar staan voor een redelijke prijs en bovendien zag de auto er goed en roestvrij uit. De basis was in ieder geval goed, want hij was vanuit Zwitserland in Nederland ingevoerd. Ze strooien daar namelijk niet met zout, maar gebruiken zand bij gladheid en dat is een behoud gebleken. Maar er moest nog wel wat aan gebeuren. Bovendien moest ik onderdak hebben. Wij waren ondertussen naar een huis met twee garages verhuisd. Dat was dus ook geregeld.”

Kwaliteit

De Jensen is in Engeland geproduceerd en van de Jensen Healey zijn er tussen 1972 en 1976 in totaal maar 10.500 stuks gemaakt. “Jensen maakte altijd al dure auto’s. Bij een Jensen Interceptor moet je denken in de prijsklasse van de Bentley en Aston Martin, de toenmalige prijs voor een huis. Een Jensen Healey was goedkoper, maar in vergelijking met bijvoorbeeld een Triumph Spitfire nog altijd zo’n 10.000 gulden duurder. De Jensen Healey is de opvolger van de Austin Healey. Daar werden veel van naar Amerika geëxporteerd. Ze gingen daar als warme broodjes over de toonbank. Omdat de voorwaarden in de Verenigde Staten voor emissie en veiligheid eind jaren zestig werden aangescherpt werd de productie van de Austin Healey stopgezet. Jensen wilde in dat gat springen en ontwikkelde in alle haast de Healey. De snelheid van de productie ging ten koste van de kwaliteit. Er lag een Lotus motor in, die nog lang niet was uitontwikkeld. De olie spoot er als het ware aan alle kanten uit en de distributieriem had de neiging tandjes over te slaan. Jensen moest garant staan voor de auto’s. In 1973 kwam daar nog de oliecrisis bij, waardoor de vraag naar de olie slurpende Jensen Interceptor wegviel. De Jensen Healey werd in de eerste productiejaren nog verbeterd, maar de fabriek moest toch helaas in 1976 de deuren sluiten. De unieke Healey heeft ze dus uiteindelijk voor een deel de kop gekost.”

Jeen is lid van het Jensen Genootschap Holland. “Ik heb contact met Jensen rijders over de hele wereld. In het Noorden van Nederland zie je ze maar heel weinig rijden. Naar mijn weten rijden er een paar in Friesland en in Groningen volgens mij niet één. Het Jensen Genootschap bestaat in 2021 veertig jaar en we vieren dat met een speciaal clubweekend. Jensen is en blijft een bijzonder merk. Zo nu en dan zie je wel eens een Jensen in een tv-serie rijden. Ik herken ze altijd direct. Het zijn prachtige wagens.”