Deze massa's meurende mosdiertjes veroorzaken een vieze lucht op het strand van Ameland: 'Een soort rottevislucht'

Op het strand van Ameland spoelen al maandenlang massa’s harige mosdiertjes aan. En dat stinkt behoorlijk, weten ze inmiddels op en rond het strand.

Al zo’n twee maanden wordt de gehele waddenkust geplaagd door enorme plukken mosdiertjes die op het strand aanspoelen. ‘Het veroorzaakt een vieze lucht en er is geen doorkomen aan’, schrijft Annemiek Behre op Facebook. Anderen reageren dat ze er tot hun knieën in hebben gestaan, of er last van hebben bij het zwemmen in zee. ‘Het spul zit tot in je bilnaad.’

Zachte mos

Al sinds december stapelen de mosdiertjes zich op het strand op. Het lijkt op wier, of zachte mos: vandaar de naam. De gemeente heeft aannemer Spoelstra uit Buren nu opdracht gegeven om de miljoenen mosdiertjes bij elkaar te schuiven en van het strand te verwijderen. ,,Ze leggen het verderop, ver weg van het badstrand’’ zegt Heidi Bunicich van de gemeente. ,,En dan mag de natuur zijn werk doen. Het verdwijnt vanzelf.’’

Maar niet voor de diertjes bij de juiste windrichting delen van het eiland een laatste geurgroet hebben gegeven. Op camping Duinoord bij Nes weten ze er alles van: daar zitten ze al een tijdje in de stank. ,,En nog steeds’’ zegt de receptiemedewerker die de telefoon aanneemt. Hij kan er verder niet veel over zeggen. ,,We hebben het heel druk met boekingen en inchecken.’’

Rotte vis

Het ruikt een beetje als rotte vis, zegt instructeur Jesse Franzen van Ameland Adventure, dat activiteiten op het strand aanbiedt. ,,Je merkt het soms bij het surfen, dat het aan je voeten blijft plakken.’’ Vooralsnog kunnen alle activiteiten op het strand gewoon doorgaan. ,,Het valt op zich wel mee. Er staat ook een goede noordenwind. Maar bij een westenwind kan het vervelend worden. Dan ruik je het echt wel, een soort rottevislucht.’’

Willem Spoelstra zit al twee dagen op de shovel te schuiven. Zo maakt hij honderden meters badstrand mosdiervrij voor wie er van zon, zee en strand wil genieten. Spoelstra: ,,Het is niet normaal. We hebben veel weg kunnen halen, maar nog lang niet alles.’’

De gemeente en Rijkswaterstaat overleggen vandaag over hoe er nu verder met de zomerplaag moet worden omgegaan.

Een tapijt van miljarden mosdiertjes

Invasies van harige mosdiertjes zijn zeldzaam, maar als het gebeurt spoelen deze beetjes van 1 millimeter groot met miljarden tegelijk aan en vormen ze tapijtdikke lagen op het strand, zoals nu op Ameland.

Het harig mosdiertje (Electra pilosa) is een van de ongeveer zesduizend soorten mosdiertjes (Bryozoa) die in zee leven en over vrijwel de hele wereld voorkomen. Het harig mosdiertje is algemeen in de Waddenzee, Noordzee en de Zeeuwse wateren.

Mosdiertjes hebben een beschuttend omhulsel van kalk. Ze vormen met hun tot kolonies verkitte huisjes soms korsten op rotsen of zeewier. Ook groeien ze op andere harde en zachte ondergronden, zoals stenen, hout, schepen, offshore-constructies, plastic, schelpen, poliepen, wieren en andere mosdiertjes.

Het zijn primitieve diertjes van nauwelijks een millimeter lang. Ze hebben een krans van tentakels, die uit het skeletje steken. Op de tentakels zitten trilharen die een waterstroom op gang brengen om microscopisch kleine voedseldeeltjes naar de mond te drijven. Vandaar gaat het voedsel door naar de maag, de darm en de anus.

Daarnaast heeft het diertje een hersenzenuwknoop en spieren. In de lichaamsholte worden eicellen en sperma gevormd. Dat bevrucht in het lichaam of daarbuiten zwevende eicellen, waaruit vrij-zwemmende larven ontstaan. Deze zoeken in zee een plekje waarop ze zich kunnen hechten, ondergaan een metamorfose en vormen een nieuwe kolonie. Een reeds gevestigde kolonie groeit verder door ongeslachtelijke voortplanting.

Mosdiertjes zijn een belangrijk onderdeel van de voedselketen in zee. Ze worden gegeten door zee(naakt)slakken, vissen, zee-egels, zeespinnen, schaaldieren, mijten en zeesterren. De kolonies vormen een schuilplaats voor zeepaardjes en kleine exemplaren van (jonge) mosselen, kokkels, zeesterren en garnalen, evenals strandvlooien, springstaarten en strandvliegen. Tussen aangespoelde mosdiertjes zoeken vogels, zoals de drieteenstrandloper en de goudplevier, weer hun voedsel.

Veel mosdiertjes groeien op poliepenkolonies. Wanneer een poliepenkolonie zwaar overgroeid is met mosdiertjes, komt deze makkelijk los van de ondergrond door stroming of visserij. Zo rollen ze verder over de bodem en groeien de mosdiertjes aan tot bol- of worstvormige kolonies. Deze kunnen in grote aantallen aanspoelen op het strand.

In 1965 was er zo’n invasie van miljoenen mosdiertjes langs de kust van Nederland en Duitsland. Sinds eind 2020 worden ze geregeld in grote getale gezien op de Belgische en Nederlandse stranden, waaronder die van de Waddeneilanden. Op Schiermonnikoog lag vorige maand over een lengte van 20 kilometer een onafgebroken sliert van enkele meters breed en soms wel 10 centimeter dik.

Een mogelijke verklaring voor de recente invasie van mosdiertjes zou kunnen liggen in de warme zomer van 2020, waarin de zeewatertemperatuur extreem hoog was. Zowel bij Vlissingen als Den Helder werd toen de warmste 19-daagse periode ooit gemeten.

Het is aannemelijk dat door deze warme zomer er zich extra hydropoliepen en mosdiertjes hebben ontwikkeld op uit de bodem stekende dode schelpen, zoals de Amerikaanse zwaardschede. Ook zeepaardjes - die graag schuilen in en zich vasthouden aan mosdierkolonies - hebben in het warmere water voor een grotere aanwas van jonge dieren gezorgd. In de afgelopen winterperiode zijn door harde wind en hevige waterbewegingen de hydropoliepen, mosdiertjes en jonge zeepaardjes losgeraakt en - vanwege de lage watertemperaturen - veelal dood aangespoeld.