Herinneringen van deelnemers uit Noordoost-Friesland aan die barre, zware Elfstedentocht van '63

In een Siberisch landschap zochten deelnemers op 18 januari 1963 schaatsend en lopend hun weg richting Leeuwarden. Archieffoto

Woensdag 18 januari is het 60 jaar geleden. De dag waarop de twaalfde Elfstedentocht werd verreden. Het werd de zwaarste tocht ooit, met Reinier Paping als winnaar.

Bij de start was het bijna 20 graden onder nul en uiteindelijk werden slechts 58 van de 568 wedstrijdrijders geklasseerd. In dit slagveld haalden van de 9294 toerrijders maar 69 mannen de finish. Alleen zij kregen het felbegeerde zilveren kruisje. Tegelijk finishte nog een veertigtal wedstrijdrijders na de gestelde tijdslimiet van 18.29 uur. Voor deze schaatsers was er geen medaille. Dat was nog pijnlijker dan een etmaal afzien in de snijdende wind en sneeuw.

Met name in de Hel van het Noorden richting Dokkum en dan terug via Bartlehiem naar Aldtsjerk en de Grote Wielen spookte het. De laatste deelnemers zochten onder haast Siberische omstandigheden hun weg en wisten soms niet eens meer waar ze waren.

Verreweg de meeste schaatsers strandden al in de zuidelijke lus van de route. Anderen werden bij Harlingen en Franeker van het ijs gehaald omdat het niet langer verantwoord was verder te schaatsen.

Uit de regio Noordoost-Friesland haalden in 1963 slechts vijf rijders de finish en maar vier daarvan kregen het zilveren kruisje. Geklasseerd werden Willem Jansma (Hegebeintum), Marten Posthumus (Ikkerwâld), Abe Reitsma (Jannum) en Pier Zijlstra uit Rinsumageast. In dit rijtje hoort ook nog Gerrit Wierda uit Lichtaard. Hij reed de barre tocht ook uit maar werd niet geklasseerd, omdat hij als wedstrijdrijder niet binnen de gestelde tijdslimiet finishte.

Misstap

Veel schaatsers die zestig jaar geleden de finish haalden zijn al niet meer onder ons, maar de herinneringen blijven. Een van de mannen die in 1963 de finish haalde is de nu 91-jarige Marten Posthumus, destijds veehouder in Ikkerwâld. Hij startte om half zeven en finishte na zestien uren op de Grote Wielen. Posthumus maakte bij Sloten een misstap en verdraaide daarbij zijn linker voet, zodat hij de rest van de tocht maar met één been kon afzetten. Een zware inzinking kreeg de schaatser vlak voor Franeker, maar al met al duurde dat slechts een minuut of vijf, liet hij later weten.

Posthumus startte al vol vertrouwen en dat goede gevoel was er in de aanloop al toen hij als voorbereiding de Elfgemeententocht over 100 kilometer schaatste. ,,Myn kondysje wie sa goed dat ik der hast wis fan wie dat ik de tocht wol útride soe.’’

Posthumus vertelde dat hij na de Bildthoek meer kilometers moest lopen dan dat hij kon glijden en van het lopen nog vermoeider was dan van het schaatsen. Posthumus kon alleen op de laatste 500 meter richting finish op de Grote Wielen nog een paar fikse slagen zetten en finishte iets na 22.30 uur.

‘Ik hie gewoan trochride moatten’

Aan Wester baalt er noch steeds van dat bij Wier van het ijs werd gehaald. ,,Ik hie gewoan trochride moatten, want ik fielde my goed en sterk as in dyk.’’ De 91-jarige Ferwerter Aan Wester die nu in Dokkum woont, vertelt hoe de Elfstedentocht van 1963 voor hem eindigde in Wier en dat zit hem nog steeds niet lekker. ,,Ik hie gewoan trochride moatten, want ik fielde my goed en sterk as in dyk.’’

Wester schaatste de Elfstedentocht in 1956 en stond als 32-jarige vol goede moed aan de start op 18 januari 1963. Door de sneeuw ging het eerst niet echt lekker, maar het goede gevoel kwam toen hij in de Zuidwesthoek wisselde van schaatsen.

,,Ik ried earst op hege noaren, mar dy hie ik noch net sa lang. Alles begûn dêrtroch sear te dwaan en ik koe al hast net mear op ‘e fuotten stean.’’ Wester stapte over op zijn vertrouwde houten Friese doorlopers, die hij samen met een paar schoenen onder zijn jack had geknoopt.

,,It gie dêrnei drekt folle better. Ik ha ek gjin lest hân fan ‘e kjeld en noait it gefoel hân dat de omstannichheden sa ferskriklik wienen. Dêrom koe ik der ek net by dat ik yn ‘e rjochting fan Harns sawat net in kop mear op it iis seach. Pas letter hearde ik dat in hiel soad riders al yn Starum op ‘e trein stapten, om’t it neffens harren net mear te dwaan wie.’’

‘Medalje komt letter wol...’

In Franeker pakte Wester een beker ‘poejermolke’ aan en reed vol goed moed de Bildthoek in, maar bij Wier werd hij tegengehouden. Deelnemers kregen daar te horen dat verder schaatsen niet verantwoord was en ze met een bus naar Leeuwarden konden.

,,Ik tocht dat der sprake wie fan oermacht en dat wy de medalje letter wol tastjoerd krigen. Dat wie net sa en dêrom spyt it my noch altyd dat ik dêr fan it iis stapt bin. Ek al hie ik rinnende nei Dokkum moatten, ik hie Ljouwert helle.’’

In 1985 was Wester niet lid van de Elfstedenvereniging en reed hij de 200 kilometer op eigen houtje één dag voor de officiële tocht. In 1986 startte hij op de kaart van iemand anders. Hij is ‘grutsk’ zijn op twee zilveren kruisjes, want eerder reed hij de Elfstedentocht van 1956 wel uit.

,,Yn 1954 hie ik net meidien om’t myn âlders it net lije woenen. Twa jier letter koe net ien my noch tsjinhâlde’’, zegt de geboren Trynwâldster, die rondom bekend werd door optredens met zijn accordeon. Het populaire refrein ‘Bonkefeart’ van Anneke Douma dat suggereert dat het niets uitmaakt als je wel of niet de Elfstedentocht uitrijdt, is een van de weinige liedjes waar Wester een hekel aan kreeg.

,,Bonke-Bonkefeart ast it net hellest hindert neat? It is wier in ramp as jo Ljouwert net helje! Ik ha der no ôfstân fan nommen, mar dit hat my lang dwers sitten. Foaral ek om’t in pear maten fan my de tocht doe wol útriden ha…’’

‘Ik mocht net fierder fan heit en mem’

Klaas Tiemersma uit Kollum startte vier keer in de Elfstedentocht. Hij haalde in 1963 de finish niet omdat heit en mem het na Workum niet meer verantwoord vonden door te gaan. Nu zestig jaar later zit het Tiemersma die toen in Spannum woonde, nog steeds niet lekker dat hij die tocht niet uitreed. Hij was zeventien en eigenlijk nog niet eens startgerechtigd, maar het lukte om een startkaart te bemachtigen.

Tiemersma herinnert zich hoe hij al in het begin van de tocht af en toe tot de knieën door de sneeuw reed. Hij schaatste op houten Friese noren en had veel last van sneeuw die onder zijn gympies plakte. Onderweg stond mem met omke Pieter, die de Elfstedentocht al vijf keer had gereden. Tiemersma sprak met heit en mem af dat zij hem verderop de hoge noren van zijn broer zouden brengen, zodat hij minder last had van de sneeuw.

Terwijl veel schaatsers in Stavoren al op de trein stapten, ploeterde Tiemersma door. ,,Wy moasten doe tsjin de wyn yn en in stik oer de Iselmar. Wy hienen al yn ‘e gaten dat it in hiele toer wurde soe Ljouwert te heljen, mar setten wol troch.’’

Angstig avontuur

Tiemersma was om kwart voor twee in Workum, waar heit en mem samen met zijn zus Akke stonden te wachten met een paar hoge noren. Zij beleefden onderweg eerder al een angstig avontuur, omdat ze met de auto op zijn kop in een dicht gesneeuwde sloot de sneeuw belandden. Wonderwel kon de auto weer op zijn wielen gezet worden en zo bereikten zij alsnog Workum. Maar de schrik zat er flink in. ,,Ik mocht dêrom net fierder fan ús heit en mem. Sy fûnen it net ferantwurde dat ik troch ried en moast mei nei hûs.’’

Tiemersma is blij dat het hem in 1985, 1986 en 1997 wel lukte de Elfstedentocht uit te rijden. De medaille van 1986 schonk hij aan zijn maat Jan Huizenga, die deze tocht uitreed zonder geldige stempelkaart. ,,Ik wit wat it betsjut as je in krúske ha. Ik gunde Jan dierom ek ien en gelokkich ha ik sels no noch twa oer.’’

Elfstedenkruisje telt voor het leven

Elke schaatser weet dat ‘ie pas meetelt als de Elfstedentocht voltooid is. Zo jammer en frustrerend daarom dat een hele generatie sportievelingen nu niet eens de kans krijgt om deze uitdaging aan te gaan.

Een elfstedenkruisje telt voor het hele leven. Dat blijkt ook wel als op rouwbrieven een afbeelding van één of meerdere kruisjes staan. In de advertentien van Ferwerter Klaas Betten vorig jaar waren dat er drie en in 2021 zelfs vier elfstedenkruisjes in de rouwadvertentie van Abe Reitsma uit Jannum. Op de rouwkaart van Klaas Betten stond op 2 juni 2022: ‘De laatste tocht is nu gereden’.

Betten, die eerder in Alkmaar woonde, noemde de Elfstedentocht later in deze krant ‘de dag van zijn leven’. Hij startte om half zeven en nam na IJlst afscheid van zijn maten, omdat die volgens hem te langzaam gingen en uiteindelijk ook strandden.

Krant voor de borst en ‘waterleiding’

Na een slopende tocht over slecht ijs was Betten om acht uur ’s avonds in Dokkum en een uur later ging daar de stempelpost dicht. Vanuit Dokkum ging het met de wind in de rug weer richting Bartlehiem en via Aldtsjerk naar de finish. Hij reed de tocht met glacés aan de handen en een krant voor de borst en ‘waterleiding’.

De Ferwerter deed ruim 15 uren over de barre tocht en dat was maar vier uren langer dan winnaar Reinier Paping. Na zijn Elfstedentocht in 1985 en 1986 bedankte Betten als lid van de Vereniging De Friesche Elfsteden.

Op de rouwbrief van Abe Reitsma uit Jannum, die overleed op 5 februari 2021, prijkten vier elfstedenkruisjes. Na de tocht van 1963 reed de veehouder ook de Elfstedentocht in 1985, 1986 en 1997. Schaatsen was heel lang zijn alles en de Jannumer reed de wedstrijd van 1963 in 12 uren en 34 minuten. Dat was goed voor de 39e plaats.

‘Ophâlde stie net yn myn wurdboek’

,,As boer wist ik wat hurd wurkjen wie en ophâlde stie net yn myn wurdboek’’, vertelde hij in een interview met deze krant. Reitsma zei toen dat van een serieuze voorbereiding op deze uitdaging nauwelijks sprake was. ,,Ik wie 22 jier en tocht dat ik de hiele wrâld wol oan koe. Mar je wisten net iens wêr’t je oan begûnen. Ik hie de dei foar de Alvestêdetocht in eintsje hinne en wer riden op ‘e Dokkumer Ie. Dat wie alles. Ik wit noch dat ik it doe al ferskriklik kâld fûn.’’

De in Lichtaard geboren Gerrit Wierda besloot in 1963 met de wedstrijdrijders te rijden, omdat hij dan lekker vroeg mocht starten. Onderweg kreeg Wierda een mankement met een van zijn schaatsen. Het herstel daarvan kostte zoveel tijd dat hij aansluiting miste met de andere wedstrijdrijders en zijn maat Abe Reitsma.

Wierda reed de tocht wel uit, maar kwam samen met latere voorzitter van de Elfstedenvereniging Jan Sipkema pas om half elf over de finish. Dat was na de toegestane tijdslimiet achter winnaar Reinier Paping en dus was er voor Wierda na afloop geen medaille.

Trots op de stempelkaart

Wierda overleed in 2021 op 18 januari, precies 58 jaar na de dag dat hij de Elfstedentocht reed. ,,Us heit hat yn 1963 net in sulveren krúske krigen. Mar hy hat wol altyd de stimpelkaart fan dy tocht goed bewarre. Hy wie der sunich en tige grutsk op’’, weet zoon Yde Wierda.

De in november 2004 overleden Willem Jansma volbracht de tocht van 1963 in 14 uur en 25 minuten. Jansma was een van de snelste toerrijders. De basis voor het schaatsen legde de Beintumer die later naar Bartlehiem verhuisde, als amateurwielrenner. ,,Hy wie it bealgjen wol wend. Nei’t syn heit kaam te ferstjerren, moast Willem tegearre mei mem en syn broer Rindert it wurk op ‘e buorkerij dwaan’’, vertelt zijn vrouw Ypie.

Willem Jansma startte voor zijn Elfstedentocht om half zeven en was op de namiddag om kwart over zes in Burdaard, waar zijn schoonzus Fokje hem trakteerde op sinas. Van Burdaard naar de finish schaatste zijn broer Rindert mee en om 20.55 uur was Willem binnen als negende toerrijder.

Kruisje overleeft boerderijbrand...

Na de brand die de boerderij van de familie Jansma bij Bartlehiem in maart 1987 volledig in de as legde, werd wonderwel het elfstedenkruisje van 1963 nog teruggevonden. Jansma reed ook de Elfstedentocht van 1985 uit, maar dat kruisje is er niet meer.

Pier Zijlstra uit Rinsumageast was 21 jaar en leerling van de Kweekschool in Dokkum toen hij aan het avontuur in 1963 begon. Zijlstra startte om zes uur en was ’s avonds vlak voor half elf terug in Leeuwarden. Dat de banen ze slecht waren, daar kon niemand iets aan doen, want het stoof immers direct weer vol met sneeuw, wist Zijlstra.

‘Wa ha Paping út ‘e wyn hâlden?’

De Elfstedentocht van 1963 werd gewonnen door Reinier Paping, die als eenzame koploper het keerpunt in Dokkum bereikte en ook solo naar de finish worstelde. Maar wat gebeurde er op de Dokkumer Ie, vraagt Oebele Vries uit Westergeest zich nog steeds af. Hij was in 1963 te jong om zelf mee te doen aan de schaatstocht, maar stond wel met heit en mem aan de Dokkumer Ie tussen Bartlehiem en Burdaard koploper Reinier Paping op te wachten.

,,Op in stuit kamen der trije man oanriden. Ik tocht, Paping is byhelle troch Jeen van den Berg en Jan Uitham. Mar nee. Twa jongkeardels dy’t net oan de tocht dielnamen, hâlden Paping út ‘e wyn. Paping ried yn ‘e midden’’, herinnert Vries zich.

Er zijn volgens Vries zeker meer mensen die dit zagen en volgens hem heeft het rayonhoofd van Dokkum dat ook gemeld bij het elfstedenbestuur. ,,Dy sieten doe mei in grut probleem. Moasten se, sa’t de regels wienen, de glorieuze winner diskwalifisearje? Gelokkich ha se dat net dien.’’

Het voorval is volgens Vries bewust stilgehouden, maar hij zou zo graag willen weten wie die behulpzame jonge schaatsers waren die Paping uit de wind hielden. ,,Is dat yntusken bekend? Sa net, dan soe ik de beide mannen oproppe wolle om, as se noch libje, harren te melden.’’

Nieuws

menu