Surhuisterveen krijgt eigen skûtsje Nooit Gedacht

Het skûtsje Nooit Gedacht kwam vorig jaar terug naar Friesland Eigen foto

Het skûtsje Nooit Gedacht, dat vorig jaar vanuit Parijs terug is gevaren naar Friesland, is aangekocht door vereniging Spavo in Surhuisterveen voor het symbolische bedrag van 0 euro, zo maakte voorzitter Joop Atsma bekend. Het Feanster skûtsje wordt binnenkort ondergebracht in de Stichting Skûtsje Nooit Gedacht, waarvan Harjan Bruining voorzitter zal worden.

,,Surhuisterveen kent een lange traditie van transportbedrijven, waarvan veel zijn begonnen als beurtschippers met een skûtsje”, aldus Atsma onlangs op de algemene ledenvergadering van de vereniging Spavo.. ,,Vanuit Spavo is daarom het initiatief gekomen voor een eigen Feanster skûtsje. In de komende maanden zal er een speciale stichting worden opgericht, die de exploitatie van het skûtsje gaat regelen samen met de hulp van ondernemers en andere belangstellenden. Het skûtsje is nu nog ons eigendom, maar deze zal overgedragen worden aan de nog op te richten stichting onder leiding van Harjan Bruining. Bernard Baron zal namens Spavo zitting nemen in het stichtingsbestuur van het skûtsje.”

Skûtsjehunters

Op het moment ligt het skûtsje, dat lange tijd in Parijs dienst deed als woonschip, in Drogeham. Skûtsjehunters, waaronder Jan de Vries uit Dokkumer Nieuwezijlen, zagen het schip enkele jaren geleden in de Franse hoofdstad aan de kade liggen. Met de hulp van de gemeente Achtkarspelen en in het bijzonder wethouder Harjan Bruining is het schip teruggebracht naar Kootstertille, waar het roefschip in 1901 door scheepsbouwer Joon Molles van der Werf werd gebouwd.

Het schip wordt in Drogeham weer in de originele staat van 1901 teruggebracht door middel van het werk-leer project van de gemeente Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, legt Bruining uit, die heeft aangekondigd te willen stoppen als wethouder. ,,Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of uit de bijstand kunnen een lasopleiding volgen op die manier, waarna ze hopelijk doorstromen naar een baan. Tot het eind van het jaar wordt er nog gewerkt aan een ander beurtschip, daarna komt de Nooit Gedacht aan de beurt. Natuurlijk kunnen ze ondertussen al wel wat bezig met het houtwerk van het schip.”

Het opknappen zal ongeveer drie jaar duren met een geschatte kostenprijs van 50.000 euro. ,,Het dek moet onder andere hersteld worden en er moet zeiltuig komen, zoals een mast en zeil. Hopelijk komen we voor het herstel van dit varende culturele erfgoed in aanmerking voor subsidies”, aldus Atsma. Met een groep ‘Vrienden van de Nooit Gedacht’ hoopt de stichting na de opknapbeurt de exploitatie rondom het skûtsje rond te krijgen. ,,Een aantal ondernemers hebben zich al gemeld. Voor een vast bedrag per jaar kunnen ze een dag per jaar met het skûtsje gaan varen met personeel en relaties”, legt Bruining uit.

Geschiedenis

De geschiedenis van skûtsjes in het algemeen en skûtsje Nooit Gedacht in het bijzonder werd op de vergadering toegelicht door burgemeester Oebele Brouwer van de gemeente Achtkarspelen. Brouwer is als geboren en getogen Sneker een fervent zeiler en skûtsjeliefhebber. Hij zet zich als bestuurslid van Foar de Neiteam in om skûtsjes te vinden en hun geschiedenis te beschrijven en vast te leggen voor volgende generaties. ,,Er zijn zo’n 1000 skûtsjes gemaakt, waarvan er rond de 550 zijn terug gevonden. Er kan nog best ergens één liggen als woonboot, maar we denken dat de overige 450 grotendeels zijn vernietigd.”

In Surhuisterveen en omgeving begon eind achttiende eeuw het ontvenen, waarbij twintig Feanster schippers betrokken waren, aldus Brouwer. ,,Er is dus zeker een traditie van schippers in ‘t Fean. Eerst waren dit houten schepen, maar aan het eind van de negentiende eeuw kwamen de stalen skûtsjes, waarvan de Rot uit Rottevalle één van de eerste was. Tussen 1900 en 1930 zijn de meeste skûtsjes gebouwd en daarna volgde de opkomst van de motorschepen. Joon Molles van der Werf bouwde 28 skûtsjes, waarvan de Nooit Gedacht er één was. De Nooit Gedacht kende meerdere eigenaars. De laatste eigenaars Lise en Maxim Donon waren vorig jaar aanwezig bij de terugkomst van het schip naar Kootstertille, waar het 120 jaar eerder werd gebouwd.“

Nieuws

menu